U bent hier

Zo doe ik het

Over mij (Jan Wennekes):
In mei 1995 ben ik lid geworden van de Nederlandse Zebravinken Club. Van mijn twaalfde tot mijn vierentwintigste heb ik kleurkanaries gekweekt, daarna een hele tijd niets en sinds 1994 kweek ik zebravinken. De kleurslag die ik kweek is Maskergrijs. Helaas kan ik maar met acht koppels kweken omdat ik over weinig ruimte beschik. Voordeel hiervan is dat je "streng" moet selecteren, een nadeel is dat je ieder jaar wel een vogel van buiten moet halen (vers bloed) om het kweken in familieverband wat te beperken. "Vogels van buiten" komen overigens de vruchtbaarheid van de vogels zeker ten goede.
  
De Kweek:
 
Bij het samenstellen van de kweekkoppels heb ik als stelregel: koppel eerst je beste (kweek) vogels. Dit in tegenstelling tot wat collega kwekers vaak doen (de fout van de ene vogel compenseren met het goede van een andere vogel). Bij het selecteren van de vogels voor de kweek moet de vogel zo veel mogelijk voldoen aan de volgende aspecten:

  • Hij/zij moet een mooie ronde kopvorm hebben;
  • Een snavel die in verhouding is met de kop (kort en kegevormig);
  • Moet een strakke oogstreep laten zien;
  • Goede bloktekening in de staart met zoveel mogelijk broektekening;
  • Een goede rugdekkleur (rose gloed);
  • Goed type en formaat (kort, breed en voldoende fors). 

Voor de mannen komt daar nog bij:

  • Een duidelijke zebratekening;
  • Diepgekeurde borstband;
  • Een zo diep mogelijke wang- en flankkleur. 

Ik probeer koppels samen te stellen die zoveel mogelijk de optelsom zijn van deze aspecten. Het is daarom belangrijk het beeld van de “perfecte” vogel goed tussen de oren te hebben. Het mooist is dan een vogel van 93 liefst 94 of zelfs 95 punten in je hok. Een dergelijk vogel kan dan als "referentiekader" dienen. Het selecteren van deze kweekkoppels duurt bij mij daarom ook relatief lang. In de praktijk lukt het meestal niet meer dan 3 à 4 koppels op deze (kritische) wijze samen te stellen. Wel blijkt dat de beste jongen vaak uit deze streng geselecteerde koppels komen. Dit zijn dus geen toevalstreffers.

Als de hierboven bespoken koppels zijn geselecteerd kunnen de andere koppels samengesteld worden. Ook hier geld bij mij dat ik koppels probeer samen te stellen die zoveel mogelijk voldoen aan het ideaal beeld, dus die daar zo min mogelijk vanaf wijken. Pas op het moment dat deze laatste koppels samengesteld worden komt het compenseren van de “fout” van de een met het goede van de ander aan de orde. Ook hier is het weer de kunst de koppels zodanig samen te stellen dat er zo min mogelijk “compensatie factoren” aanwezig zijn. Met andere woorden in het koppel moeten al zoveel mogelijk dingen goed zijn. Per jaar kweek ik tussen de 40 en de 50 jongen. Door op deze manier te kweken zie je in de loop der jaren de kwaliteit langzaam toenemen. Zijn ze volwassen en zitten er weer mooie vogels bij, dan heb ik weer een goed jaar gehad. Zoals eerder vermeld heb ik weinig ruimte en zoveel jongen geeft dus snel een ruimte tekort. Over het algemeen is dat echter weer snel opgelost omdat andere kwekers vaak vogels bij mij reserveren. De meeste jongen gaan (en dat is ook mijn streven) naar echte zebravinken kwekers. Het zou jammer zijn als zulke vogels in de handel terecht komen. Concurrentie zult u misschien zeggen? Nou, ik ben van mening dat concurrentie er alleen maar voor zorgt dat je nog beter je best doet om goede vogels (liefst kampioenen) te kweken.

TT- vogels:
  
(Zwartborst bruin met schubben?)


Selecteren voor de TT.

Bij het selecteren van TT-vogels let ik er op dat de vogels niet heel lang bevederd zijn. Dit geeft namelijk problemen bij het in TT-conditie brengen van de vogels. Lang bevederde vogels zijn moeilijk “strak in pak” te krijgen en kunnen (als het al lukt) meestal maar één tentoonstelling mee. Natuurlijk is het zo dat een lang bevederde vogel vaak mooi “vol” lijkt maar als je hem in de hand neemt, qua formaat toch tegen kan vallen. Zelf probeer ik vogels te kweken die “halflang” bevederd zijn. Deze vogels zijn gemakkelijker in TT- conditie te krijgen en (en dat is misschien nog wel belangrijker) je kunt ze veel langer in conditie houden. Wel stelt dit hogere eisen aan het formaat van de vogel. In algemene zin ben ik niet zo’n tentoonstellingsman, het kweken is voor mij het mooiste en dat geeft mij ook de meeste voldoening. Het is ook daarom dat ik normaal gesproken meedoe aan 2 tentoonstellingen nl: NZC-Veenendaal en de NZC-regioshow van de regio Gelderland. Op deze Tentoonstellingen heb ik diverse prijzen behaald. Verder heb ik als streven om zo goed mogelijke Maskergrijzen te kweken, vogels die het niet alleen goed doen op een TT maar ook in de broedkooi.

De Voeding:
Mijn vogels worden gevoerd met een zebravinken voer van witte molen (zonder gevroken haver) (+/- €20,= per 20/Kg), Zorg er wel voor dat het voer opgegeten wordt! Dus gerantsoeneerd voeren. Verder gebruik ik als eivoer CeDe, wat ik rul maak met geweekte CousCous, dit krijgen ze (als er jongen zijn) 1 à 2 maal per dag. Als de vogels in de rui zijn krijgen zer af en toe wat trosgierst, niet omdat ik denk dat ze het nodig hebben maar om verveling wat tegen te gaan. Een echte kweek- en rusttijd hanteer ik niet. Wel krijgen ze buiten de broedtijd, als ze in de rui zijn, 2 x per week wat eivoer. Wat ik heel belangrijk vind is dat de vogels regelmatig oestergrit en maagkiezel krijgen, volgens mij is dat namelijk een belangrijke stap naar vogels van een goed formaat. Als bodembedekking gebruik ik schelpenzand.

Vogelhok:
   
Ik heb de beschikking over een nachthok van 2.20 x 3.20 meter. Hierin staan 9 broedkooien (40 x 40 x 40), 6 vlucht kooien (60 x 40 x 40) en 4 vluchtjes (160 x 120 x 60). De kooien zijn gemaakt van geplastificeerd spaanplaat, ik verf de binnenkant met witte acrylverf (watergedragen verf). De verlichting bestaat uit 4 TL- lampen 32 wat en 1 TL- lampen 18 wat. De lampen hebben "Daglicht kleur" en zijn 100 hertz, zodat de vogels geen last hebben van het flikkeren van de TL-lampen.“ In dit licht is de kleur van de Maskersgrijzen redelijk goed te beoordelen. Om ze echt te beoordelen ga ik ermee naar buiten. Mijn hok wordt zomer en winter verlicht gedurende 14 uur per dag. De verwarming geschied door een gevelkacheltje met thermostaat en als ik kweek houd ik een minimum temperatuur van ongeveer 10ºC aan. De luchtvochtigheid houd ik in de gaten met een hygrometer, wordt het te droog in de kweekruimte (onder 40%) dan sproei ik wat water in de betonnen vloer (plantenspuit) of geef de broedende vogels 2 x per dag een badje. Voor de ventilatie heb ik meestal een raampje open en als de buitentemperatuur het toelaat, ook de deur.

Iedereen veel plezier en succes gewenst met het kweken en tentoonstellen van mooie zebravinken.
Het is en blijft een fijne hobby!